van Kruijl.com

van Kruijl - Generatie 9

IX.1. Cornelia Johanna van Kruijl, geboren Bodegraven 31 mei 1835 (acte-nr.: 42), overleden Bodegraven 1 november 1875 (acte-nr.: 83), woonachtig te Bodegraven (geboren als Cornelia Johanna overleden als Johanna Cornelia), trouwt Bodegraven 12 september 1863 (acte-nr.: 19) Anthonie van Wijk, geboren Bodegraven 18 juli 1834 (acte-nr.: 53), overleden Bodegraven 14 december 1880 (acte-nr.: 105), Touwslager(sknecht).
 
Uit onechtelijke relatie:


IX.1.a. Frederik van Kruijl, geboren Bodegraven 12 mei 1858 (acte-nr.: 36), overleden Bodegraven 5 juni 1858 (acte-nr.: 48)

 

IX.2. Johanna van Kruijl, geboren Bodegraven 9 augustus 1840 (acte-nr.: 56), overleden Rotterdam 18 juni 1901, woonachtig te Bodegraven, Kralingen (Lambertusstraat), Dienstbode, trouwt Nieuwerkerk a/d IJssel 21 mei 1869 (acte-nr.: 12) Willem Frederik de Wit, geboren Vrijenban 19 juli 1841 (acte-nr.: 21), overleden Kralingen 2 april 1891 (acte-nr.: 125), Glasblazer, Arbeider.
 
Uit onechtelijke relatie:

IX.2.a. Johannes van Kruijl, geboren Bodegraven 10 maart 1867 (acte-nr.: 22), overleden Bodegraven 17 mei 1867 (acte-nr.: 37).

 

IX.3. Johannes Cornelis van Kruijl, geboren Bodegraven 21 mei 1842 (acte-nr.: 41), overleden Schiedam 5 november 1883 (acte-nr.: 591), woonachtig te Bodegraven, Zegveld, Ter Aar, Uithoorn, Schiedam, Schoenmaker, Brandersknecht, ondertrouwt Zegveld 17 november 1867, trouwt Zegveld 29 november 1867 (acte-nr.: 9) Maagje Visser, geboren Woerden 2 april 1849 (acte-nr.: 41), overleden Rotterdam 2 november 1927 (acte-nr.: 4489).

Uit dit huwelijk

IX.3.a. Maria van Kruijl, geboren Ter Aar 2 maart 1868 (acte-nr.: 17), overleden Ter Aar 25 mei 1868 (acte-nr.: 22).

IX.3.b. Adrianus Johannes van Kruijl, geboren Leiden 30 maart 1869 (acte-nr.: 423), overleden Delfshaven 7 augustus 1869 (acte-nr.: 162).

IX.3.c. Jannetje Maria van Kruijl, geboren Schiedam 10 februari 1871 (acte-nr.: 108), overleden Schiedam 8 november 1871 (acte-nr.: 627).

IX.3.d. Gerrit Bastianus Johannes van Kruijl, geboren Schiedam 15 juli 1873 (acte-nr.: 460), overleden na 1892, Zeevarende.

IX.3.e. Hermanus Jacobus van Kruijl, geboren Schiedam 16 december 1874 (acte-nr.: 886), overleden Rotterdam 13 november 1927 (acte-nr.: 4633), Varensgezel, Koffiehuishouder, ondertrouwt Rotterdam 21 september 1902, trouwt Rotterdam 31 december 1902 (acte-nr.: 2615) Wilhelmina Zweere, geboren Moordrecht 20 september 1876 (acte-nr.: 70), overleden Rotterdam 1 september 1945, Bierhuishoudster.

IX.3.f. Jannetje Maria van Kruijl, geboren Schiedam 18 juli 1876 (acte-nr.: 506), overleden Schiedam 25 november 1876 (acte-nr.: 561).

IX.3.g. Cornelia Johanna van Kruijl, geboren Schiedam 10 november 1877 (acte-nr.: 763), overleden Schiedam 24 februari 1878 (acte-nr.: 116).

IX.3.h. Jannetje Cornelia Hendrica van Kruijl; zie X.1.

IX.3.i. Maagje Catharina van Kruijl, geboren Schiedam 6 juni 1881 (acte-nr.: 411), overleden Rotterdam 28 april 1929 (acte-nr.: 2616), woonachtig te Schiedam, Rotterdam, ondertrouwt Rotterdam 18 mei 1902, trouwt Rotterdam 28 mei 1902 (acte-nr.: 977) Martinus van Zomeren, geboren Kralingen 20 augustus 1874, overleden Rotterdam 26 maart 1944, Grondwerker.

IX.3.j. Johanna Cornelia van Kruijl, geboren Schiedam 20 november 1883 (acte-nr.: 862), overleden Rotterdam 11 december 1971, woonachtig te Schiedam, Rotterdam, Werkster, Gemeentelijke telefoondienst, Arbeidster PTT.

 

Johannes Cornelis van Kruijl is schoenmakersknecht als hij in 1859 uit Bodegraven aankomt in Zegveld. Twee jaar later wordt hij als milicien ingedeeld bij de Nationale Militie, voorlopig als reserve. Volgens zijn signalement is hij ruim 1,60 meter lang. Een jaar later in 1862 komt hij in actieve dienst en gaat na ruim drie maanden met groot verlof. Eind 1862 verlaat hij Zegveld om anderhalf jaar in Laag Nieuwkoop te werken. In 1864 komt hij weer terug in Zegveld.

Vlak na haar geboorte in 1849 te Woerden, wordt Maagje Visser opgenomen in het gezin van de landwerkman Bastiaan Veenendaal en diens vrouw Maria Hoogendoorn, die in Rietveld wonen. Haar vader was voor haar geboorte al overleden, haar moeder overlijdt korte tijd nadat Maagje is opgenomen in Rietveld. In 1862 vertrekt zij, 13 jaar oud, voor een jaar naar Zegveld. Eind 1865 komt zij opnieuw terug in Zegveld, ditmaal uit de gemeente Barwoutswaarder.

Johannes Cornelis en Maagje zullen elkaar hebben leren kennen in 1866/1867. Feit is dat Maagje rond juni 1867 zwanger van hem wordt. Maagje is dan nog minderjarig en heeft voor een huwelijk dus toestemming nodig van haar ouders of wettelijke voogden. Aangezien haar beide ouders rond haar geboorte zijn overleden, is de toestemming van een wettelijk voogd noodzakelijk. Daarom verzoekt haar broer Steven de rechter Mr. Alexander Martinus Pareau een voogd en toeziend voogd te benoemen. Maagje toont daar een bewijs van onvermogen opgesteld door de burgemeester van Zegveld, de plaats waar zij werkzaam is als dienstbode. Vervolgens worden "in het lokaal onzer gewoonteregtzittingen, in de stadsherberg te Woerden" aangewezen als voogd Arie Pennewaard (oudoom van Maagje van haar moederszijde), werkman te Woerden en als toeziend voogd Wijnand van der Voorst (behuwd broeder van Maagje), tevens werkman te Woerden.

Bij het huwelijk op 29 november 1867 zijn, naast de beide voogden, ook broer Gerrit van Kruijl en moeder Jannetje van 't Hof aanwezig, Maagje is op dat moment een "landbouwersmeid", Johannes Cornelis van Kruijl is dan nog "schoenmakersknegt". Jannetje van 't Hof, Maagje Visser en beide voogden zijn op dat moment de schrijfkunst niet machtig.

Op 4 december 1867 vertrekt het pasgetrouwde paar uit Zegveld en wordt op 6 december ingeschreven in Ter Aar. Daar wordt het dochtertje geboren dat het huwelijk noodzakelijk maakte, zij overlijdt echter nog voor het drie maanden oud is. Maagje is al enige maanden zwanger als zij eind 1868 tijdelijk terugkeert naar haar pleegouders in Rietveld, om na een maand al weer door te reizen naar Leiden. Na de geboorte van hun zoon verhuist zij op 25 mei 1869 naar Delfshaven en woont daar op de Rotterdamse Dijk. Ook het tweede kind sterft kort na de geboorte.

In de tussentijd bleef Johannes Cornelis in Ter Aar. Hij vertrekt eind 1869 naar Uithoorn. Als hij op 12 april 1870 als brandersknecht in Schiedam arriveert, verblijft hij voorlopig bij een slaapsteehouder. Hij heeft snel contact met zijn vrouw, hetgeen blijkt uit de geboorte van hun derde kind zo'n tien maanden na zijn aankomst in Schiedam. Ook dit kind sterft na nog geen jaar.

Als hij in Schiedam andere woonruimte heeft gevonden, voegt Maagje zich op 16 januari 1871 bij haar man. Hierna volgen uit dit huwelijk nog zeven kinderen. Het laatste kind wordt, net als bij zijn vader, na de dood van Johannes Cornelis geboren.

Jannetje Cornelia Hendrica vertrekt in 1887 naar Rotterdam. Haar moeder Maagje Visser zal haar een jaar later volgen, samen met de resterende kinderen. Maagje Visser zal er tot haar dood in 1927 blijven wonen. Van zoon Gerrit Bastianus ontbreekt na 1892 elk spoor.

 

IX.4. Gerrit van Kruijl, geboren Bodegraven 10 oktober 1844 (acte-nr.: 78), overleden Bodegraven 27 februari 1921 (acte-nr.: 19), woonachtig te Bodegraven, Zwammerdam, Touwslager, Koster, trouwt Bodegraven 28 maart 1873 (acte-nr.: 5) Johanna Kroon, geboren Bodegraven 24 juni 1847 (acte-nr.: 47), overleden Bodegraven 16 april 1919 (acte-nr.: 53), begraven Bodegraven.

Uit dit huwelijk:

IX.4.a. Gerrit Adrianus van Kruijl, geboren Bodegraven 31 maart 1874 (acte-nr.: 30), overleden Bodegraven 22 juli 1932 (acte-nr.: 28), begraven Bodegraven 27 juli 1932, woonachtig te Bodegraven, Klompenmaker, Kantoorbediende bij de zaadhandel Turkenburg, trouwt Bodegraven 16 juni 1920 Adriana Scheer, geboren Bodegraven 29 maart 1882 (acte-nr.: 39), overleden Bodegraven 6 juni 1974.

IX.4.b. Arie Johannes van Kruijl; zie X.2

IX.4.c. Ebbedina van Kruijl, geboren Bodegraven 1 november 1878 (acte-nr.: 113), overleden Bodegraven 22 juli 1947, woonachtig te Bodegraven, Dienstbode, trouwt Bodegraven 2 juni 1921 Hendrik Bröker, geboren Haarlemmermeer 14 november 1879 (acte-nr.: 616), overleden Bodegraven 21 januari 1955, (Huis)Schilder (zie ook IX.4.e).

IX.4.d. Cornelis van Kruijl, geboren Bodegraven 1 november 1878 (acte-nr.: 113), overleden Bodegraven 5 november 1880 (acte-nr.: 81).

IX.4.e. Cornelia Johanna van Kruijl, geboren Bodegraven 12 november 1881 (acte-nr.: 143), overleden Bodegraven 26 mei 1918 (acte-nr.: 39), woonachtig te Bodegraven, trouwt Bodegraven 7 december 1906 Hendrik Bröker, geboren Haarlemmermeer 14 november 1879 (acte-nr.: 616), overleden Bodegraven 21 januari 1955, (Huis)Schilder (zie ook IX.4.c).

IX.4.f. Johannes Cornelis van Kruijl; zie X.3.

IX.4.g. Gerard van Kruijl, geboren Bodegraven 28 oktober 1887 (acte-nr.: 104), overleden Bodegraven 6 november 1887 (acte-nr.: 80).

IX.4.h. Gerard van Kruijl; zie X.4.

 

Gerrit van Kruijl aan het werk op de touwslagersbaan in Bodegraven (hij is de middelste van de drie).

Gerrit begon zijn loopbaan als touwslager. De foto die daar nog een indruk van geeft is afkomstig van zijn kleindochter Janna. Ook in het streekarchief van Woerden wordt deze foto bewaard . In 1895 wordt de dan vijftigjarige Gerrit benoemd als koster van de Nederlands Hervormde Kerk in Bodegraven. Hij combineert vanaf dat moment beide banen. Zijn vrouw Janna krijgt nog een extra toelage voor al haar inspanningen. Met een zekere regelmaat komen Gerrit en Janna vanaf dat moment voor in de notulen van het kerkbestuur. In 1913 dankt Gerrit het bestuur bijvoorbeeld nog voor de gratificatie van 40 gulden die hen was toegekend vanwege het bereiken van hun veertigjarig huwelijksjubileum. Na zijn overlijden in 1921 volgt zijn zoon Johannes Cornelis hem op als koster.


IX.5. Jannetje van Kruijl, geboren Bodegraven 28 februari 1853 (acte-nr.: 19), overleden Rotterdam 15 januari 1925 (acte-nr.: 227), woonachtig te Bodegraven, Reeuwijk, Ter Aar, Gouda, Rotterdam, Overschie, Nieuw Helvoet en Rotterdam, Dienstbode, ondertrouwt Rotterdam 25 juli 1886, trouwt Overschie 9 augustus 1886 (acte-nr.: 19) Jacobus de Bruijn, geboren Rotterdam 12 januari 1847, overleden Rotterdam 5 november 1909 (acte-nr.: 4939), Onderofficier, Hofmeester en Stoker bij de Marine.

Uit dit huwelijk:

IX.5.a. Jacobus de Bruijn (geboren van Kruijl), geboren Rotterdam 8 mei 1886 (acte-nr.: 714), overleden Rotterdam 19 juni 1968, woonachtig te Nieuw Helvoet en Rotterdam, Expeditieknecht.

IX.5.b. Johanna Jacoba de Bruijn, geboren Nieuw Helvoet 26 maart 1888 (acte-nr.: 26), overleden Den Haag 5 april 1974 woonachtig te Nieuw Helvoet, Rotterdam, Rijswijk en Den Haag, trouwt Rotterdam 13 september 1916 Dirk Admiraal, geboren Rotterdam 7 augustus 1888, overleden Den Haag 12 februari 1951.

IX.5.c. Hendrika Gerediena de Bruijn, geboren Nieuw Helvoet 26 november 1889 (acte-nr.: 73), woonachtig te Nieuw Helvoet en Rotterdam.

 

In januari 1864 trad Jacobus de Bruijn (senior) in zijn geboorteplaats in dienst van de marine als lichtmatroos. Hij doorliep daarna verschillende rangen/functies namelijk: koksmaat (vanaf 1869), scheepskok (vanaf 1875) en officierskok (vanaf 1878).

Tijdens zijn carriere bij de marine maakte hij onder andere reizen naar Oost-Indië (1864-1869), Japan (1865), China en Japan (1866), Egypte (1869-1870), West-Indië (1870, 1872 en 1876), Noordelijke IJszee (1878) en Indië (1879-1881).

Hij ontving achtereenvolgens een bronzen medaille (1873), een zilveren medaille (1880) en een kleine gouden medaille (1891).

In 1877 werd hij opgenomen in het vaste korps schepelingen. In oktober 1877 werd hij geplaatst op de Z.M. Zeehond in Hellevoetsluis en korte tijd later tot officierskok bevorderd. Hij nam in 1878 deel aan de eerste expeditie met de Willem Barents naar de Noordelijke IJszee georganiseerd door het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap (KNAG).

Na afloop van die reis is De Bruijn naar Oost-Indië gezonden en na terugkomst werd hem vergunning verleend om deel te nemen aan de Nederlandse Poolexpeditie naar Dickson's Haven onder Snellen, eveneens als kok (de vijfde tocht van de Willem Barents). Na de overwintering in de Kara Zee keerde De Bruijn terug bij de marine waar hij nog tien jaar diende. Op 1 maart 1892 werd hem een pensioen van ƒ 546 per jaar toegekend.

Na zijn pensionering vertrok hij met zijn vrouw en kinderen naar Rotterdam, waar hij op 62-jarige leeftijd overleed.

Over de eerste reis met de Willem Barents is nog wat meer bekend. Aan boord van de Z.M. Zeehond waar Jacobus na zijn bevordering tot officierskok was geplaatst bevonden zich ook de officieren van de marine de heren De Bruijne en Koolemans Beijnen. Op dat moment waren zij, kort voor hun overplaatsing naar Amsterdam, voorbereidingen aan het treffen voor de tocht met de Willem Barents.

Mogelijk is De Bruijn door hun enthousiasme aangestoken. In maart 1878 werd hij in ieder geval door de minister van marine gemachtigd om over te gaan op het wachtschip te Amsterdam en om met 13 anderen deel te nemen aan de tocht met de Willem Barents.

Het betrof de eerste expeditie met deze schoener naar de Noordelijke IJszee onder auspiciën van het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap. Het schip had een lengte van 24 meter, was 6 meter breed en had een diepgang van 2½ meter.

De Willem Barents in het ijs circa augustus 1878.

De eerste expeditie met de Willem Barents naar de Noordelijke IJszee vertrok op 5 mei 1878 van de rede van Texel en keerde op zaterdagavond 12 oktober 1878 bij IJmuiden weer terug. Van deze eerste expeditie wordt materiaal bewaard in het Nederlands Scheepvaart Museum Amsterdam (NSMA) en ook in het Maritiem Museum Rotterdam. Daarnaast zijn gedurende de tocht een voor die tijd grote hoeveelheid foto's gemaakt door de speciaal daarvoor aangezochte Britse fotograaf W.J.A. Grant. Onder andere door het gebruikte materiaal (glasnegatieven) was de belichtingstijd dermate lang dat de fotograaf zonder problemen ook op de foto kon.

De foto's op Amsterdam eiland werden bijvoorbeeld om 1 uur 's nachts gemaakt (midzomernachtszon!) met een belichtingstijd van 2 minuten. Daarom staan alle 14 bemanningsleden dan ook op de foto.

De opvarenden van de Willem Barents op Amsterdam eiland (bij Spitsbergen) op 1 juli 1878.

De opvarenden (anders gegroepeerd) van de Willem Barents op Amsterdam eiland op 1 juli 1878.

In het Willem Barents Archief (dat zich bevindt in het NSMA) bevinden zich ook de dagboeken van A. de Bruijne en van B.G. Baljé. De exacte data waarop de verschillende foto's zijn genomen, zijn af te leiden uit deze zeer gedetailleerde dagboeken.

Lange tijd hebben bij Arie Johannes van Kruijl (zie X.2) vergeelde afbeeldingen aan de muur gehangen van zijn oom Jacobus de Bruijn en de Willem Barents. Onbekend is wat met die afbeeldingen is gebeurd, zodat nu ook onduidelijk is wie van de afgebeelde bemanningsleden Jacobus de Bruijn is. Van een aantal bemanningsleden, met name van de officieren, is in het Willem Barents archief nog meer materiaal te vinden. Zo bevinden zich daar bijvoorbeeld van hen portretfoto's. Zodat zij eenvoudiger herkend konden worden. Ook is van een aantal foto's uit de dagboeken te reconstrueren wie daarop is afgebeeld.

Op grond daarvan is van minstens 6 bemanningsleden wel bekend wie het betreft.

De vijf op onderstaande foto, een zogenaamde etat major, zijn bijvoorbeeld bekend. Opmerkelijk is dat ook op deze foto de fotograaf zelf is afgebeeld.

Het etat major (hoogsten in rang) op het achterdek (van links naar rechts: W.J.A. Grant, A. de Bruijne, P.J. Hijmans van Anrooij, jhr. H.M. Speelman en Dr. C.P. Sluyter).

Door het kwetsbare karakter van deze foto's mochten er alleen duplicaten worden verstrekt van nieuw gemaakte afdrukken van de ook bewaarde originele negatieven. Deze negatieven zijn echter vaak beschadigd, zodat ook die nieuwe afdrukken lang niet de fraaie scherpte hebben als de originelen die zich in het archief bevinden.

Ook op de volgende foto zijn een aantal bemanningsleden geïdentificeerd. Dit is gelijk ook een voorbeeld van de beschadigingen die de negatieven in de loop der tijd hebben opgelopen, zoals te zien is aan de zwarte vlekken op de achtergond.

13 van de 14 opvarenden op 7 augustus 1878 op het ijs, geheel links vooraan de hond sailor, daarnaast links van de vlag A. de Bruijne en L.R. Koolemans Beijnen. Midden bovenaan staand P.J. Hijmans van Anrooij en recht van hem met geweer C.P.H. Sluijter.

Na de eerste expeditie zullen er nog een aantal volgen. Aan de vijfde neemt ook Jacobus de Bruijn weer deel. Inmiddels is er dan wel sprake van routine, hetgeen ook blijkt uit het archiefmateriaal. Er wordt op die volgende reizen namelijk aanmerkelijk minder gefotografeerd en ook het bewaarde archiefmateriaal is zeer summier.

 

IX.6. Barend Gijsbert van Kruijl, geboren Utrecht 21 oktober 1822 (acte-nr.: 1164), overleden Princenhage 8 oktober 1902 (acte-nr.: 137), woonachtig te Utrecht, Delft, Loevestein (gemeente Poederoijen), Amersfoort, Breda, Veere, Breda, Princenhage, Sergeant bij het Eerste en Zesde Regiment Infanterie, trouwt Grave 8 april 1857 Johanna Klapper, geboren Grave 12 april 1832 (acte-nr.: 35), dochter van Johan Philip Klapper en Maria Philippina Hansel, overleden Princenhage 5 februari 1921.

Uit dit huwelijk:

IX.6.a. Johannes Philip van Kruijl, geboren Delft 17 december 1857 (acte-nr.: 678), overleden Rotterdam 7 augustus 1922, Bakker, Kleermaker, ondertrouwt Rotterdam 31 maart 1912, trouwt Rotterdam 10 april 1912 (acte-nr.: 747) Wilhelmina Helena Vuijk, geboren Rotterdam 30 november 1876 (acte-nr.: 5058), overleden Den Haag 23 november 1958, Costuumnaaister.

IX.6.b. Wilhelmina Maria Philipina van Kruijl, geboren Poederoijen 3 februari 1859 (acte-nr.: 9).

IX.6.c. Barend Gijsbert van Kruijl; zie X.5.

IX.6.d. Philip Leendert van Kruijl, geboren Breda 26 maart 1862 (acte-nr.: 120), overleden Veere 6 juni 1864 (acte-nr.: 15).

IX.6.e. Magdalena van Kruijl, geboren Veere 16 oktober 1864 (acte-nr.: 21), overleden Gouda 9 november 1954, begraven Gouda 12 november 1954, woonachtig te Veere, Ginneken, Alphen a/d Rijn, Gouda, trouwt 1e Princenhage 4 april 1900 Theodorus de Wit, geboren Princenhage 14 april 1848, overleden Princenhage 9 mei 1911, trouwt 2e Princenhage 16 maart 1922 Cornelis Bruning, geboren Barwoutswaarder 21 oktober 1867, overleden Etten Leur 14 april 1930

IX.6.f. Philip Leendert van Kruijl; zie X.6.

Barend Gijsbert begint op 18-jarige leeftijd aan zijn militaire loopbaan. Hij heeft het volgende signalement: "bij zijn aankomst bij het korps lang 1 ellen 6 palmen 2 duimen ..strepen (1,62 m. dus, terwijl hij in een eerder stadium 1,64 m. was). Aangezicht rond, voorhoofd hoog, oogen blauw, neus ordinair, mond idem, kin rond, haar bruin, wenkbrauwen idem, merkbare kentekenen geen."

Hij start bij het 10e Regiment Infanterie op 29 april 1841 als soldaat en is dan nummerwisselaar (hij was zelf dus uitgeloot maar ging, vermoedelijk tegen betaling, in de plaats van Antonius Etmans die wel was ingeloot) voor vijf jaar van de lichting 1841 uit de provincie en gemeente Utrecht. Op 25 mei 1842 ging hij in active dienst. Op 19 oktober 1842 is hij overgegaan naar de "staande armee" voor zes jaar. Op 16 november is hij bij de opheffing van dit Regiment overgeplaatst naar het 6e Regiment Infanterie. Op 10 maart 1846 werd hij als vrijwilliger aangemerkt.

Vervolgens tekent Barend Gijsbert regelmatig bij. Op 11 maart 1848, 8 oktober 1850 en 6 oktober 1852 voor twee jaar, op 10 oktober 1860 en 13 oktober 1866 voor zes jaar, op 12 oktober 1872 en 11 oktober 1873 voor één jaar en tenslotte op 4 oktober 1874 en 13 oktober 1880 voor een periode van zes jaar. Deze laatste periode dient hij niet uit want "den 31 augustus 1884 uit de sterkte gebracht". Hij krijgt dan een voortdurend pensioen van ƒ. 432,- per jaar toegekend.

Zijn carrière verloopt vlot. Hij wordt Korporaal op 26 oktober 1844, op 27 augustus 1845 wordt hij in de 2e klasse van het Schutschieten geplaatst. Sergeant is hij op 11 maart 1848, met een 1e chevron op 1 april 1849, een 2e chevron op 19 oktober 1860 en een 3e chevron op 25 mei 1872. Hij heeft waarschijnlijk naar behoren gefunctioneerd, zowel gezien zijn lange staat van dienst als gezien het feit dat door hem op 17 juli 1854 de bronzen medaille met ƒ. 12,- gratificatie werd ontvangen, daarna aan hem op 25 mei 1866 de zilveren medaille werd verstrekt en tenslotte op 25 mei 1878 de gouden medaille ten deel viel, met ƒ. 50,- gratificatie. Al met al een loopbaan van zo'n 43 jaar.

Overlijdensadvertentie B.G. van Kruijl.

Overlijdensadvertentie Magdalena van Kruijl.

Franciscus was schoenmaker, is twee keer gehuwd en kreeg vijf kinderen. Na het overlijden van zijn eerste vrouw vertrekken de overgebleven kinderen van Franciscus eind 1861 naar Bunnik. Kennelijk is de zorg voor de kinderen hem te veel. Een zus van zijn vrouw, Catharina van der Horst, die op dat moment in Amsterdam woont, neemt in 1862 samen met haar man de zorg voor de nog kleine Hendricus op zich. Later dat jaar keren de kinderen terug naar Utrecht. Slechts de oudste zoon Franciscus zal volwassen worden. Zowel vader als zoon Franciscus wonen bij terugkomst in Utrecht een tijd in bij Wilhelmina van Kruijl (de zus van vader Franciscus) en haar man. Vervolgens hertrouwt Franciscus en woont hij met vrouw en zoon in Utrecht. De laatste jaren bracht het echtpaar door in het oude mannen- en vrouwenhuis aan de Oude Gracht.

IX.7. Franciscus van Kruijl, geboren Utrecht 12 april 1831 (acte-nr.: 492), overleden Utrecht 11 februari 1907 (acte-nr.: 223), woonachtig te Utrecht: Molensteeg (1850), Gandstraat (1852), Groenesteeg (1854-1858), Sint Jacobspoort (?-1861), Geertekerkhof (1861-1864), Jufferstraat (1864-1865), Steenweg (1867-1870), Dorstige Hartsteeg (1870-1877), Lange Nieuwstraat (1880-1881) Agnietenstraat (1881-1885), Lange Nieuwstraat (1885-1891), Groote Eligensteeg (1891), Oude Gracht Weerdzijde 84 (1891- ),
Schoenmaker (1850- ), ondertrouwt 1e Utrecht 13 juli 1851, trouwt 1e Utrecht 23 juli 1851 (acte-nr.: 269) Johanna van der Horst, geboren Utrecht 19 oktober 1830 (acte-nr.: 1234), overleden Utrecht 17 oktober 1861 (acte-nr.: 1180), Mutswascher, ondertrouwt 2e Utrecht 15 mei 1865, trouwt 2e Utrecht 24 mei 1865 (acte-nr.: 206) Maria Cornelia Adriana Kamperdijk, geboren Utrecht 8 december 1823 (acte-nr.: 1351), overleden Utrecht 11 januari 1904 (acte-nr.: 64).

Uit het 1e huwelijk:

IX.7.a. Franciscus van Kruijl; zie X.7.

IX.7.b. Catharina Wilhelmina van Kruijl, geboren Utrecht 2 maart 1854 (acte-nr.: 322), overleden Utrecht 31 augustus 1856 (acte-nr.: 952).

IX.7.c. Wilhelmina Catharina van Kruijl, geboren Utrecht 10 juni 1856 (acte-nr.: 817), overleden Bunnik 5 januari 1864 (acte-nr.: 2 [van Utrecht: 1258]).

IX.7.d. Jan van Kruijl, geboren Utrecht 10 juni 1858 (acte-nr.: 829), overleden Utrecht 13 maart 1860 (acte-nr.: 379).

IX.7.e. Hendricus van Kruijl, geboren Utrecht 1 maart 1861 (acte-nr.: 824), overleden Utrecht 30 augustus 1862 (acte-nr.: 1136).